Gießen (gieten) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Gießen - Vervoeging van gieten in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige tijd (Präsens, indikativ).
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Gießen (gieten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Duitse les - Zimmerpflanzen und Gartenpflanzen (Kamerplanten en tuinplanten)
Verbuiging van gieten in de tegenwoordige tijd
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) gieße/gieß | ik giet/giet |
(du) gießt | jij giet |
(er/sie/es) gießt | hij/zij/het giet |
(wir) gießen | wij gieten |
(ihr) gießt | jullie gieten |
(sie) gießen | zij gieten |
Voorbeeldzinnen
Duits | Nederlands |
---|---|
Ich gieße die Blume jeden Morgen. | Ik giet de bloem elke ochtend. |
Du gießt den Kaktus im Wohnzimmer. | Jij giet de cactus in de woonkamer. |
Die Pflanze gießt er immer vorsichtig. | Hij giet de plant altijd voorzichtig. |
Wir gießen den Baum im Garten heute. | Wij gieten vandaag de boom in de tuin. |
Ihr gießt die Tulpen auf dem Balkon. | Jullie gieten de tulpen op het balkon. |
Sie gießen das Gras im Park oft. | zij gieten het gras in het park vaak |