Gießen (gieten)

Gießen (gieten)

Leer het werkwoord "gieten" vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Gießen (gieten)

Zimmerpflanzen und Gartenpflanzen (Kamerplanten en tuinplanten)

Duits
(ich) gieße/gieß
(du) gießt
(er/sie/es) gießt
(wir) gießen
(ihr) gießt
(sie) gießen