Kommen (komen)

Kommen (komen)

Leer het werkwoord "kommen" vervoegen in het Duits: voltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs.

Perfekt, indikativ (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Kommen (komen)

Woher kommst du? (Waar kom je vandaan?)

Duits
(ich) bin gekommen
(du) bist gekommen
(er/sie/es) ist gekommen
(wir) sind gekommen
(ihr) seid gekommen
(sie) sind gekommen