Mieten (huren)

Mieten (huren)

Leer het werkwoord "huren" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Mieten (huren)

Wohnen und Unterbringung (Huisvesting en accommodatie)

Duits
(ich) miete
(du) mietest
(er/sie/es) mietet
(wir) mieten
(ihr) mietet
(sie) mieten