Mögen (mogen)

Mögen (mögen)

Leer het werkwoord "Mögen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige aanvoegende wijs II, aanvoegende wijs tijd

Konjunktiv II Präsens, konjunktiv (Aanvoegende wijs II tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Mögen (mögen)

Farben (Kleuren)

Duits
(ich) möchte
(du) möchtest
(er/sie/es) möchte
(wir) möchten
(ihr) möchtet
(sie) möchten