Regnen (regenen)
Leer het werkwoord "regenen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Regnen (regenen)
Das Wetter (Het weer)
| Duits |
|---|
| regnet |