Sehen (zien) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Sehen (zien) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Sehen - Vervoeging van zien in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Sehen (zien) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Sinne und Wahrnehmung (Zintuigen en waarnemen)

Vervoeging van zien in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) sehe ik zie
(du) siehst jij ziet
(er/sie/es) sieht hij/zij/het ziet
(wir) sehen wij zien
(ihr) seht jullie zien
(sie) sehen zij zien

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich sehe das helle Licht im Zimmer. Ik zie het felle licht in de kamer.
Du siehst den großen, roten Apfel. Jij ziet de grote, rode appel.
Sie sieht das Geräusch nicht, nur ich. Zij ziet het geluid niet, alleen ik.
Wir sehen die sauberen Fenster heute. Wij zien de schone ramen vandaag.
Ihr seht die leisen Geräusche im Haus. Jullie zien de zachte geluiden in het huis.
Sie sehen den dunklen Himmel und Sterne. zij zien de donkere hemel en sterren