Stehen (staan)

Stehen (staan)

Leer het werkwoord "staan" te vervoegen in het Duits: onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs

Präteritum, indikativ (Verleden tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Stehen (staan)

Zu einem Konzert gehen (Naar een concert gaan)

Duits
(ich) stand
(du) standest/standst
(er/sie/es) stand
(wir) standen
(ihr) standet
(sie) standen