Stehlen (stelen)

Stehlen (stelen)

Leer het werkwoord "stelen" te vervoegen in het Duits: voltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs.

Perfekt, indikativ (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Stehlen (stelen)

Urlaubsdesaster? (Vakantieramp?)

Duits
(ich) habe gestohlen
(du) hast gestohlen
(er/sie/es) hat gestohlen
(wir) haben gestohlen
(ihr) habt gestohlen
(sie) haben gestohlen