1. Taalonderdompeling
A2.8.1 Activiteit
Vakantiecatastrofe
3. Grammatica
A2.8.2 Grammatica
Bijvoeglijke bijzinnen met der, die, das
Belangrijk werkwoord
Verlieren (verliezen)
Belangrijk werkwoord
Stehlen (stelen)
4. Oefeningen
Oefening 1: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
E-Mail: Je krijgt een e‑mail van een vriendin die op vakantie is in Spanje en van wie portemonnee met ID-kaart is gestolen. Antwoord haar per e‑mail en geef duidelijke, praktische tips wat ze nu moet doen.
Betreff: Hilfe! Mein Portemonnaie ist weg
Hallo,
ich bin seit gestern in Barcelona im Urlaub. Heute ist etwas Schlimmes passiert: Mein Geldbeutel wurde im Bus gestohlen. Darin waren meine EC‑Karte, mein Ausweis und etwas Geld.Ich weiß nicht genau, was ich jetzt machen muss. Soll ich zuerst zur Polizei gehen oder zur deutschen Botschaft? Und wie kann ich meine Karte schnell sperren?
Kannst du mir bitte schreiben, was ich machen soll?
Liebe Grüße
Andrea
Onderwerp: Help! Mijn portemonnee is weg
Hallo,
Ik ben sinds gisteren in Barcelona op vakantie. Vandaag is er iets ergs gebeurd: mijn portemonnee is in de bus gestolen. Daarin zaten mijn pinpas, mijn identiteitsbewijs en wat geld.Ik weet niet precies wat ik nu moet doen. Moet ik eerst naar de politie gaan of naar de Duitse ambassade? En hoe kan ik mijn pas snel laten blokkeren?
Kun je me alsjeblieft schrijven wat ik moet doen?
Lieve groeten
Andrea
Begrijp de tekst:
-
Was wurde Andrea im Bus gestohlen und welche wichtigen Dinge waren im Geldbeutel?
(Wat is Andrea in de bus gestolen en welke belangrijke dingen zaten in haar portemonnee?)
-
Welche zwei Orte überlegt Andrea, zuerst hinzugehen, und was möchte sie zusätzlich über die Karte wissen?
(Naar welke twee plekken overweegt Andrea te gaan, en wat wil ze daarnaast over de pas weten?)
Nuttige zinnen:
-
Danke für deine Nachricht. Das ist wirklich schlimm.
(Bedankt voor je bericht. Dat is echt vervelend.)
-
Ich würde zuerst …
(Ik zou eerst …)
-
Danach kannst du …
(Daarna kun je …)
Hallo Andrea,
danke für deine E‑Mail. Das ist wirklich schlimm. Bitte bleib ruhig.
Ich würde zuerst deine EC‑Karte sperren. Du kannst den Sperrnotruf 116 116 anrufen oder deine Bank direkt kontaktieren. Frag an der Hotelrezeption, ob du dort kurz telefonieren kannst.
Danach geh bitte zur Polizei und melde den Diebstahl. Die Anzeige, die du bekommst, ist wichtig, damit die Botschaft und die Bank dir helfen können.
Mit der Polizeianzeige kannst du dann zur deutschen Botschaft oder zum Konsulat gehen. Dort erklären sie dir, welche Dokumente du für einen vorläufigen Ausweis brauchst.
Melde dich, wenn du willst, dann helfe ich beim Telefonieren oder Formulieren der Anzeige.
Liebe Grüße
[Dein Name]
Onderwerp: Re: Help! Mijn portemonnee is weg
Hallo Andrea,
dank je voor je e-mail. Dat is echt vervelend. Blijf alsjeblieft rustig.
Ik zou eerst je pinpas laten blokkeren. Je kunt het alarmnummer voor blokkering 116 116 bellen of direct contact opnemen met je bank. Vraag bij de hotelreceptie of je daar even mag bellen.
Ga daarna naar de politie en doe aangifte van de diefstal. De aangifte is belangrijk, zodat de ambassade en de bank je kunnen helpen.
Met het politierapport kun je vervolgens naar de Duitse ambassade of het consulaat gaan. Daar leggen ze uit welke documenten je nodig hebt voor een voorlopig identiteitsbewijs.
Laat het me weten als je wilt — dan help ik met bellen of met het opstellen van de aangifte.
Lieve groeten
[Je naam]
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ich suche den Mann, der gestern meinen Geldbeutel ________ ________.
(Ik zoek de man die gisteren mijn portemonnee ________ ________.)2. Das ist die Aussage, die ich nach dem Diebstahl bei der Polizei ________ ________.
(Dat is de verklaring die ik na de diefstal bij de politie ________ ________.)3. Ich ________ den Ausweis ________, den ich morgen in der Botschaft zeigen muss.
(Ik ________ het identiteitsbewijs ________, dat ik morgen bij de ambassade moet laten zien.)4. Das ist die Tasche, aus der jemand mein Portemonnaie ________ ________.
(Dat is de tas waaruit iemand mijn portemonnee ________ ________.)Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
-
Sie sind im Urlaub in Deutschland und Ihr Geldbeutel ist weg. Was machen Sie zuerst? Wohin gehen Sie?
U bent op vakantie in Duitsland en uw portemonnee is kwijt. Wat doet u als eerste? Waar gaat u naartoe?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Sie möchten auf der Polizeiwache einen Diebstahl melden. Was sagen Sie kurz zur Beschreibung des Vorfalls und Ihrer gestohlenen Dinge?
U wilt op het politiebureau aangifte doen van een diefstal. Wat zegt u kort om het voorval en uw gestolen spullen te beschrijven?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Ihr Ausweis ist verloren. Sie gehen zur deutschen Botschaft oder zum Konsulat. Wie erklären Sie dort Ihre Situation und was bitten Sie um Hilfe?
Uw identiteitsbewijs is verloren. U gaat naar de Duitse ambassade of het consulaat. Hoe legt u daar uw situatie uit en om welke hulp vraagt u?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Sie haben im Urlaub einen Notfall (z. B. einen Unfall). Wie rufen Sie den Notruf an und welche wichtigen Informationen nennen Sie am Telefon?
U heeft tijdens de vakantie een noodgeval (bijv. een ongeluk). Hoe belt u de hulpdiensten en welke belangrijke informatie geeft u aan de telefoon?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over een situatie op vakantie waarin u hulp nodig heeft van de politie, het vondelkantoor of de ambassade.
Nuttige uitdrukkingen:
Ich habe meinen … verloren. / Ich brauche Hilfe, weil … / Wo ist die nächste Polizei oder Botschaft? / Welche Dokumente muss ich mitbringen?
Übung 6: Gespreksoefening
Anleitung:
- Welche schlimmen Dinge können auf einer Reise passieren? (Wat voor nare dingen kunnen er op een reis gebeuren?)
- Was können Sie tun, wenn es Ihnen passiert? (Wat kun je doen als het jou overkomt?)
- Ist Ihnen jemals eine dieser Situationen passiert? (Is een van die situaties ooit bij jou gebeurd?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
|
Ihr Geld kann gestohlen werden. Je geld kan gestolen worden. |
|
Jemand kann Ihre Tasche stehlen. Iemand kan je tas stelen. |
|
Man kann sich bei einer Wanderung verlaufen. Je kunt verdwalen tijdens een wandeltocht. |
|
Du kannst immer Leute um Hilfe bitten. Je kunt altijd mensen om hulp vragen. |
|
Es ist wichtig, eine Reiseversicherung zu haben. Het is belangrijk om een reisverzekering te hebben. |
|
Ich habe mein Handy schon einmal verloren. Ik ben mijn telefoon al eens kwijtgeraakt. |
| ... |