Studieren (studeren) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Studieren (studeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Studieren - Vervoeging van studeren in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Studieren (studeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Berufe und Studium (Beroepen en studies)

Verbuiging van studeren in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) studiere ik studeer
(du) studierst jij studeert
(er/sie/es) studiert hij/zij/het studeert
(wir) studieren wij studeren
(ihr) studiert jullie studeren
(sie) studieren zij studeren

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich studiere Medizin und werde Arzt. Ik studeer geneeskunde en ik word arts.
Studierst du auch als Student an der Uni? Studeren jij ook als student aan de universiteit
Er studiert Architektur an der Hochschule. Hij studeert architectuur aan de hogeschool.
Wir studieren zusammen für unseren Ingenieur-Job. Wij studeren samen voor onze technische baan.
Ihr studiert, um später Lehrer zu werden. Jullie studeren om later leraar te worden.
Sie studieren Jura und wollen Anwälte werden. Zij studeren rechten en willen advocaat worden.