Tragen (dragen)
Leer het werkwoord "dragen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Tragen (dragen)
Im Kleidungsgeschäft (In de kledingwinkel)
| Duits |
|---|
| (ich) trage |
| (du) trägst |
| (er/sie/es) trägt |
| (wir) tragen |
| (ihr) tragt |
| (sie) tragen |