Tragen (dragen) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Tragen - Verbuiging van dragen in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige tijd (Präsens, indikativ).
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Tragen (dragen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Duitse les - Im Kleidungsgeschäft (In de kledingwinkel)
Vervoeging van dragen in tegenwoordige tijd
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) trage | ik draag |
(du) trägst | jij draagt |
(er/sie/es) trägt | hij/zij/het draagt |
(wir) tragen | wij dragen |
(ihr) tragt | jullie dragen |
(sie) tragen | zij dragen |
Voorbeeldzinnen
Duits | Nederlands |
---|---|
Ich trage heute eine blaue Jacke. | Ik draag vandaag een blauwe jas. |
Du trägst die Jeans in deiner Größe. | Jij draagt de spijkerbroek in jouw maat. |
Sie trägt das rote Kleid im Laden. | Zij draagt de rode jurk in de winkel. |
Wir tragen die Taschen mit der Kleidung. | Wij dragen de tassen met de kleding. |
Ihr tragt den Pullover zum Geschäft. | Jullie dragen de trui naar de winkel. |
Sie tragen die neuen Schuhe gerne. | zij dragen graag de nieuwe schoenen |