Vorbereiten (voorbereiden)

Vorbereiten (voorbereiden)

Leer het werkwoord "voorbereiden" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Vorbereiten (voorbereiden)

Sagen Sie Ihr Alter (Je leeftijd zeggen)

Duits
(ich) bereite vor
(du) bereitest vor
(er/sie/es) bereitet vor
(wir) bereiten vor
(ihr) bereitet vor
(sie) bereiten vor