Warten (wachten) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Warten (wachten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Warten - Ovt van wachten in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanwijzende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Warten (wachten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Tägliche Dienstleistungen (Dagelijkse diensten)

Vervoeging van wachten in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) warte ik wacht
(du) wartest jij wacht
(er/sie/es) wartet hij/zij/het wacht
(wir) warten wij wachten
(ihr) wartet jullie wachten
(sie) warten zij wachten

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich warte vor der Apotheke. Ik wacht voor de apotheek.
Du wartest an der Tankstelle. jij wacht bij het tankstation.
Er wartet auf den Arzt im Krankenhaus. Hij wacht op de dokter in het ziekenhuis.
Wir warten vor der Post. wij wachten voor het postkantoor
Ihr wartet beim Café. Jullie wachten bij het café.
Sie warten vor der Schule. zij wachten voor de school