Comparer (vergelijken)

Comparer (vergelijken)

Leer het werkwoord "vergelijken" te vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Comparer (vergelijken)

Faire les courses (Boodschappen doen)

Frans
(je/j') je compare / j'compare
tu compares
(il/elle/on) il compare / elle compare / on compare
nous comparons
vous comparez
(ils/elles) ils comparent / elles comparent