Connaître (kennen)

Connaître (kennen)

Leer het werkwoord "kennen" te vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Connaître (kennen)

Caractère et personnalité (Karakter en persoonlijkheid)

Frans
(je/j') je connais
tu connais
(il/elle/on) il connaît / elle connaît / on connaît
nous connaissons
vous connaissez
(ils/elles) ils connaissent / elles connaissent