Contrôler (controleren) - Passé composé, indicatif (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Contrôler - Vervoeging van controleren in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de voltijd tegenwoordige tijd, indicatief (Passé composé, indicatif).
Passé composé, indicatif (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Contrôler (controleren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Leerplan: Franse les - À la banque (Bij de bank)
Vervoeging van controleren in passé composé
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') ai contrôlé | ik heb gecontroleerd |
(tu) as contrôlé | jij hebt gecontroleerd |
(il/elle/on) a contrôlé | hij/zij/men heeft gecontroleerd |
(nous) avons contrôlé | wij hebben gecontroleerd |
(vous) avez contrôlé | jullie hebben gecontroleerd |
(ils/elles) ont contrôlé | zij hebben gecontroleerd |
Voorbeeldzinnen
Frans | Nederlands |
---|---|
J'ai contrôlé les virements. | Ik heb de overboekingen gecontroleerd. |
Tu as contrôlé le crédit de la maison. | Je hebt de hypotheek van het huis gecontroleerd. |
Elle a contrôlé le compte courant de son fils. | Ze heeft de lopende rekening van haar zoon gecontroleerd. |
Nous avons contrôlé le distributeur automatique. | We hebben de automaat gecontroleerd. |
Vous avez contrôlé la sécurité du paiement. | U hebt de betalingsveiligheid gecontroleerd. |
Ils ont contrôlé le compte épargne. | Zij hebben de spaarrekening gecontroleerd. |