Croire (geloven) - Present, indicatif (Présent, indicatief) Delen Gekopieerd!

Croire - Verbuiging van geloven in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Present, indicatif).
Present, indicatif (Présent, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Croire (geloven) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Leerplan: Franse les - Liste de choses à faire (Bucketlist)
vervoeging van geloven in de tegenwoordige tijd
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') je crois / j’ | ik geloof |
tu crois | jij gelooft |
(il/elle/on) il croit / elle croit / on croit | hij gelooft / zij gelooft / men gelooft |
nous croyons | wij geloven |
vous croyez | jullie geloven |
(ils/elles) ils croient / elles croient | (zij) zij geloven |
Voorbeeldzinnen
Frans | Nederlands |
---|---|
Je crois qu'il est grand et blond. | Ik geloof dat hij lang is en blond. |
Tu crois que son visage est joli ? | Denk je dat zijn gezicht mooi is? |
Elle croit que les cheveux courts changent. | Ze gelooft dat kort haar verandert. |
Nous croyons que la barbe est belle. | Wij geloven dat een baard mooi is. |
Vous croyez qu'il ressemble à son père ? | Denkt u dat hij op zijn vader lijkt? |
Ils croient que la moustache est importante. | Ze geloven dat de snor belangrijk is. |