Penser (denken) - Present, indicatif (Présent, indicatief)

 Penser (denken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Penser - Vervoeging van denken in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aantonende wijs (Present, indicatif).

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Penser (denken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leerplan: Franse les - Émotions et sentiments (Emoties en gevoelens)

Vervoeging van denken in de tegenwoordige tijd

Frans Nederlands
(je/j') je pense / j' pense ik denk
tu penses jij denkt
(il/elle/on) il pense / elle pense / on pense hij denkt/zij denkt/men denkt
nous pensons wij denken
vous pensez jullie denken
(ils/elles) ils pensent / elles pensent zij denken

Voorbeeldzinnen

Frans Nederlands
Je pense que je suis content aujourd'hui. Ik denk dat ik vandaag blij ben.
Tu penses souvent à être heureux, n'est-ce pas ? Jij denkt vaak aan gelukkig zijn, nietwaar?
Elle pense à sa famille quand elle est triste. Ze denkt aan haar familie als ze verdrietig is.
Nous pensons à nos amis quand nous sommes nervueux. Wij denken aan onze vrienden wanneer wij nerveus zijn.
Vous pensez mieux quand vous vous sentez bien. U denkt beter wanneer u zich goed voelt.
Ils pensent souvent à la couleur préférée. zij denken vaak aan de favoriete kleur