Planifier (plannen)

Planifier (plannen)

Leer het werkwoord "plannen" vervoegen in het Frans: imparfait, indicatief.

Imparfait, indicatif (Onvoltooid verleden tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Planifier (plannen)

Jours de la semaine et parties de la journée (Dagen van de week en dagdelen)

Frans
(je/j') planifiais
(tu) planifiais
(il/elle/on) planifiait
(nous) planifiions
(vous) planifiiez
(ils/elles) planifiaient