Porter (dragen) - Present, indicatif (Présent, indicatief)

 Porter (dragen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Porter - vervoeging van dragen in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Present, indicatif).

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Porter (dragen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leerplan: Franse les - Au magasin de vêtements (In de kledingwinkel)

Verbuiging van dragen in de tegenwoordige tijd

Frans Nederlands
(je/j') porte ik draag
(tu) portes jij draagt
(il/elle/on) porte hij/zij/men draagt
(nous) portons wij dragen
(vous) portez u draagt
(ils/elles) portent zij dragen

Voorbeeldzinnen

Frans Nederlands
Je porte une chemise bleue aujourd'hui. Ik draag vandaag een blauw overhemd.
Tu portes le pantalon noir en ce moment. Je draagt op dit moment de zwarte broek.
Elle porte une jupe rouge au magasin. Zij draagt een rode rok in de winkel.
Nous portons des vestes pour le froid. Wij dragen jassen tegen de kou.
Vous portez les chaussures que vous aimez. Je draagt de schoenen die je mooi vindt.
Ils portent des gants quand il fait froid. Ze dragen handschoenen als het koud is.