Souffrir (lijden) - Present, indicatif (Présent, indicatief) Delen Gekopieerd!

Souffrir - Vervoeging van lijden in het Frans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige wijs (Present, indicatif).
Present, indicatif (Présent, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Souffrir (lijden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Leerplan: Franse les - États physiques et sensations (Fysieke toestanden en sensaties)
Vervoeging van lijden in de tegenwoordige tijd
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') souffre | ik lijd |
(tu) souffres | jij lijdt |
(il/elle/on) souffre | hij/zij/men lijdt |
(nous) souffrons | wij lijden |
(vous) souffrez | jullie lijden/u lijdt |
(ils/elles) souffrent | zij lijden |
Voorbeeldzinnen
Frans | Nederlands |
---|---|
J'ai mal, je souffre de la fatigue. | Ik heb pijn, ik lijd aan vermoeidheid. |
Tu souffres quand tu as trop de douleur. | Jij lijdt als je te veel pijn hebt. |
Il souffre et doit se reposer. | Hij lijdt en moet rusten. |
Nous souffrons quand la faim est forte. | Wij lijden als de honger sterk is. |
Vous souffrez si vous avez trop froid. | U lijdt als u het te koud hebt. |
Ils souffrent et prennent soin d'eux. | Zij lijden en zorgen voor zichzelf. |