Visiter (bezoeken)

Visiter (bezoeken)

Leer het werkwoord "bezoeken" te vervoegen in het Frans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Visiter (bezoeken)

Chez l'agent immobilier (Bij de makelaar)

Frans
(je/j') je visite / j visite
tu visites
(il/elle/on) il visite / elle visite / on visite
nous visitons
vous visitez
(ils/elles) ils visitent / elles visitent