Vincere (winnen) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Vincere (winnen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vincere - Verbuiging van winnen in het Italiaans: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, indicatief (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Vincere (winnen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Italiaanse les - Sport ed esercizio fisico (Sport en beweging)

vervoeging van winnen in de tegenwoordige tijd

Italiaans Nederlands
(io) vinco ik win
(tu) vinci jij wint
(lui/lei) vince hij/zij wint
(noi) vinciamo wij winnen
(voi) vincevate/vincete jullie wonnen/winnen
(loro) vincono zij winnen

Voorbeeldzinnen

Italiaans Nederlands
Io vinco spesso a tennis in palestra. Ik win vaak tennis in de sportschool.
Tu vinci molte partite di calcio. jij wint veel voetbalwedstrijden
Lei vince sempre nella pallacanestro. Zij wint altijd bij basketbal.
Noi vinciamo gare di nuoto insieme. Wij winnen zwemwedstrijden samen.
Voi vincete facilmente nel ciclismo. Jullie winnen gemakkelijk in het wielrennen.
Loro vincono le competizioni di atletica. zij winnen de atletiekwedstrijden