Leer de sporten
Praat over de sporten die je beoefent
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Welke sport doe je?
Paolo en Anna leren elkaar kennen en praten over de sporten die ze beoefenen en waarom.
Grammatica: Bijwoorden van frequentie: sempre, spesso, mai
Frequentiebijwoorden geven aan hoe vaak iets gebeurt.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!