Nederlandse A1 (beginner) woordenlijst

Officieel curriculum Gestructureerde cursussen van A1 tot B2
3 maanden om te voltooien Flexibele duur, aangepast aan je schema
Suited for Exam preparation NT2, Inburgeringsexamen, CNaVT
Leerportaal App + PDF-downloads

Woordenlijst (664)

Nederlands Nederlands
's Avonds 's avonds
's Middags 's middags
's Morgens 's ochtends
's Nachts 's nachts
Aaien Aaien
Aanbieden Aanbieden
Aangenaam Aangenaam
Aankomen Aankomen
Aanzetten To turn on
Acht Acht
Aftrekken Aftrekken
Afwassen afwassen
Antwoorden Antwoorden
April april
Augustus augustus
Bakken Bakken
Bang bang
Beginnen Beginnen
België België
Bestellen Bestellen
Betalen Betalen
Beterschap! Get well soon!
Bevallen Bevallen
Bewegen bewegen
Bezweet Bezweet
Binnenkomen To enter/come in
Bitter bitter
Blauw Blauw
Blij blij
Blijven Blijven
Blond Blond
Boksen boksen
Boodschappen doen Boodschappen doen
Boos boos
Breed Wide
Brengen To bring
Bruin Bruin
Dagelijks Dagelijks
Dansen dansen
De aardappel De aardappel
De aarde The soil; the earth
De achternaam the last name
De achtste de achtste
De acteur De acteur
De actrice De actrice
De advocaat The lawyer
De afwasmachine The dishwasher
De agenda De agenda
De apotheek De apotheek
De appel De appel
De arm De arm
De auto De auto
De avond De avond
De baard De baard
De badkamer The bathroom
De bakker De bakker
De banaan De banaan
De bank the couch
De bar De bar
De bestuurder The driver
De bibliotheek De bibliotheek
De bioscoop De bioscoop
De bloem The flower
De bloem Het meel
De bloes bloes
De boodschappenlijst De boodschappenlijst
De boom The tree
De boot De boot
De boter De boter
De brandweerman The firefighter
De bril De bril
De broek broek
De broer the brother
De buik De buik
De bus De bus
De cassière De cassière
De cirkel The circle
De dag De dag
De dans de dans
De datum De datum
De derde de derde
De deur the door
De discotheek De discotheek
De dochter the daughter
De dokter The doctor
De dorst Dorst
De douche the shower
De driehoek The triangle
De eerste de eerste
De eetkamer The dining room
De eieren De eieren
De eigenaar The owner
De euro De euro
De familie the family
De feestdag De feestdag
De fiets De fiets
De film The film
De foto The photo
De gang The hallway
De garage The garage
De geboortedatum De geboortedatum
De geboorteplaats De geboorteplaats
De gezondheid Health
De gist De gist
De griep The flu
De groente De groente
De halte De halte
De hand De hand
De handschoenen handschoenen
De herfst de herfst
De hobby The hobby
De hond De hond
De honger Honger
De hoofdstad de hoofdstad
De huisbaas The landlord
De hypotheek The mortgage
De ingenieur The engineer
De ingrediënten De ingrediënten
De jas jas
De jongen the boy
De journalist The journalist
De jurk jurk
De kaart Betaalkaart
De kaas De kaas
De kalender De kalender
De kamer The room
De kantine De kantine
De kapper The barber
De kassa De kassa
De kast the closet
De kat De kat
De keuken The kitchen
De kinderen the children
De kleding kleding
De kleur De kleur
De knoflook De knoflook
De koelkast The refrigerator
De koffie De koffie
De kok The cook
De kom de kom
De komkommer De komkommer
De koorts Fever
De korting Korting
De krullen De krullen
De kunst de kunst
De kunstenaar de kunstenaar
De laarzen laarzen
De lamp the lamp
De leeftijd De leeftijd
De lente de lente
De lepel de lepel
De leraar The teacher
De lijn The line
De loft The loft
De maand de maand
De maat maat
De magnetron The microwave
De man De man
De manager The manager
De markt De markt
De melk De melk
De meneer the gentleman; Mr.
De menukaart De menukaart
De metro De metro
De mevrouw the lady; Mrs./Ms.
De middag De middag
De minuut De minuut
De mist De mist
De moeder the mother
De mond De mond
De monteur The mechanic
De muis De muis
De muts muts
De muur The wall
De muziek The music
De naam the name
De nacht De nacht
De nationaliteit de nationaliteit
De neef the (male) cousin; nephew (context-dependent)
De negende de negende
De nek De nek
De neus De neus
De nicht the (female) cousin; niece (context-dependent)
De ober The waiter
De ochtend De ochtend
De olie De olie
De oma the grandmother
De oom the uncle
De opa the grandfather
De ouders the parents
De oven The oven
De pan de pan
De paprika De paprika
De pijn Pijn
De plant The plant
De planten water geven To water the plants
De politieagent The police officer
De portemonnee Portemonnee
De postcode De postcode
De pot de pot
De prijs Prijs
De rechthoek The rectangle
De regen De regen
De rekening Rekening
De richting De richting
De riem riem
De rok rok
De rug De rug
De rust Rest
De schildpad De schildpad
De schoenen schoenen
De school De school
De show De show
De sinaasappel De sinaasappel
De sla De sla
De slaapkamer The bedroom
De slagroom De slagroom
De sneeuw De sneeuw
De snor De snor
De spijkerbroek spijkerbroek
De spoed De spoed
De sport de sport
De sportschool De sportschool
De stad de stad
De steen The stone
De stiefbroer the stepbrother
De stiefmoeder the stepmother
De stiefvader the stepfather
De stiefzus the stepsister
De stilte de stilte
De stoel the chair
De stofzuiger The vacuum cleaner
De storm De storm
De straat De straat
De student The student
De suiker De suiker
De supermarkt De supermarkt
De taal de taal
De taart De taart
De tafel the table
De tante the aunt
De tas de tas
De taxi De taxi
De telefoon De telefoon
De televisie De televisie
De temperatuur De temperatuur
De tentoonstelling de tentoonstelling
De thee De thee
De tiende de tiende
De tijd De tijd
De tomaat De tomaat
De tram De tram
De trap The stairs
De trein De trein
De trui trui
De tuin The garden
De tuinman The gardener
De tweede de tweede
De ui De ui
De uitnodiging De uitnodiging
De universiteit De universiteit
De vader the father
De vakantie De vakantie
De verjaardag De verjaardag
De verpleger The nurse
De verwarming The heating
De vierde de vierde
De vijfde de vijfde
De villa The villa
De vinger De vinger
De vis De vis
De vloer The floor
De voet De voet
De vogel De vogel
De voornaam the first name
De vork de vork
De vriezer The freezer
De vrouw De vrouw
De wasmachine The washing machine
De wedstrijd de wedstrijd
De week De week
De weg De weg
De wind De wind
De winkel Winkel
De winter de winter
De wolk De wolk
De woonkamer The living room
De wortel De wortel
De yoghurt De yoghurt
De zanger de zanger
De zangeres de zangeres
De zesde de zesde
De zevende de zevende
De zomer de zomer
De zon De zon
De zoon the son
De zus the sister
December december
Delen Delen
Denemarken Denemarken
Dertig Dertig
Dichtbij Dichtbij
Dienen To serve
Dik Dik
Dinsdag Dinsdag
Doen Doen
Dom Dom
Donderdag Donderdag
Donker donker
Douchen Douchen
Draaien Draaien
Dragen dragen
Drie Drie
Drinken Drinken
Droog Droog
Duitsland Duitsland
Dun Dun
Duur Duur
Een snufje zout Een snufje zout
Eerlijk Eerlijk
Eten Eten
Februari februari
Fietsen fietsen
Finland Finland
Frankrijk Frankrijk
Fris Fris
Gaan gaan
Geblesseerd Geblesseerd
Geboren worden geboren worden
Gebruiken Gebruiken
Geel Geel
Gelukkig gelukkig
Gelukkige verjaardag! Gelukkige verjaardag!
Gesloten Gesloten
Geven Geven
Gezond Healthy
Gisteren Gisteren
Glimlachen glimlachen
Goed goed
Goedemiddag Goedemiddag
Goedemorgen Goedemorgen
Goedenavond Goedenavond
Goedendag Goedendag
Goedkoop Goedkoop
Gram Gram
Gratis Gratis
Grijs Grijs
Groen Groen
Groot Groot
Half drie Half drie
Hallo Hallo
Hard hard
Haten Haten
Hebben hebben
Helder helder
Helpen To help
Herinneren herinneren
Het T-shirt T-shirt
Het adres Het adres
Het antwoord Het antwoord
Het appartement The apartment
Het avondeten Het avondeten
Het bad the bathtub
Het basketbal basketbal
Het bed the bed
Het been Het been
Het bestek het bestek
Het blad The leaf
Het boek The book
Het bord het bord
Het brood Het brood
Het bureau the desk
Het cadeau Het cadeau
Het centrum Het centrum
Het concert Het concert
Het contact Het contact
Het contant geld Contant geld
Het drankje Het drankje
Het e-mailadres Het e-mailadres
Het evenement Het evenement
Het feest Het feest
Het fruit Het fruit
Het geld Geld
Het geluid het geluid
Het gerecht Het gerecht
Het gezicht Het gezicht
Het gezin the household; the family
Het glas het glas
Het haar Het haar
Het hoofd Het hoofd
Het hoofdgerecht Het hoofdgerecht
Het hotel The hotel
Het huis The house
Het huisnummer Het huisnummer
Het instrument The instrument
Het is één uur. Het is één uur.
Het is... Het is...
Het jaar Het jaar
Het kantoor Het kantoor
Het kleinkind the grandchild
Het klimaat Het klimaat
Het konijn Het konijn
Het kunstwerk het kunstwerk
Het kwartier Het kwartier
Het land het land
Het lichaam Het lichaam
Het medicijn The medicine
Het meisje the girl
Het mes het mes
Het moment Het moment
Het museum het museum
Het nagerecht Het nagerecht
Het ontbijt Het ontbijt
Het oog Het oog
Het oor Het oor
Het overhemd overhemd
Het pak pak
Het park Het park
Het postkantoor Het postkantoor
Het raam the window
Het recept Het recept
Het restaurant Het restaurant
Het rijhuis The terraced house
Het schilderij The painting
Het seizoen het seizoen
Het station Het station
Het strijkijzer The iron
Het symptoom The symptom
Het telefoonnummer Het telefoonnummer
Het tennis tennis
Het theater Het theater
Het toilet the toilet
Het uur Het uur
Het vierkant The square
Het vlees Het vlees
Het vliegtuig Het vliegtuig
Het voetbal voetbal
Het voorgerecht Het voorgerecht
Het voorvoegsel Het voorvoegsel
Het water Het water
Het weekend Het weekend
Het weer Het weer
Het winkelkarretje Het winkelkarretje
Het zaad The seed
Het ziekenhuis Het ziekenhuis
Het zout Het zout
Heten to be called
Hoe laat is het? Hoe laat is het?
Hoe oud ben je? Hoe oud ben je?
Hoe? Hoe?
Hoesten Coughing
Hoeveel? Hoeveel?
Honderd Honderd
Hoog High
Horen horen
Huisgemaakt Huisgemaakt
Huren To rent / renting
Januari januari
Jarig zijn Jarig zijn
Jong Jong
Juli juli
Juni juni
Kaal Kaal
Kammen Kammen
Kerstmis Kerstmis
Kijken To watch / to look
Kilogram Kilogram
Klaar Klaar
Klein Klein
Kletsen to chat; to gossip (informal)
Koekjes Koekjes
Koken Koken
Komen komen
Kopen Kopen
Kort Kort
Kosten Kosten
Koud Koud
Krom Curved
Kunnen Kunnen
Kwart over Kwart over
Kwart voor Kwart voor
Laag Low
Laat Laat
Lachen lachen
Lang Lang
Lekker lekker
Lelijk Lelijk
Leren Leren
Leuk je te ontmoeten! Leuk je te ontmoeten!
Leven To live / life
Lezen To read
Licht Light
Lijken Lijken
Linksaf Linksaf
Lopen lopen
Lui Lui
Luisteren To listen
Maandag Maandag
Maart maart
Maken Maken
Mediteren Mediteren
Mei mei
Mengen Mengen
Middernacht Middernacht
Misselijk Nauseous
Moe Moe
Moeten Moeten
Mogen Mogen
Mooi Mooi
Morgen Morgen
Nederland Nederland
Negen Negen
Negentig Negentig
Nemen Nemen
Nieuwjaar Nieuwjaar
Nodig hebben Nodig hebben
Noorwegen Noorwegen
November november
Oktober oktober
Omdraaien Omdraaien
Ontbijten Ontbijten
Ontmoeten Ontmoeten
Ontvangen Ontvangen
Onvriendelijk Onvriendelijk
Open Open
Openen to open
Opstaan Opstaan
Optellen Optellen
Oranje Oranje
Oud Oud
Oud en nieuw Oud en nieuw
Paars Paars
Pasen Pasen
Passen passen
Pinksteren Pinksteren
Plannen Plannen
Polen Polen
Portugal Portugal
Praten to talk; to chat
Proeven proeven
Recht Straight
Rechtdoor Rechtdoor
Rechtsaf Rechtsaf
Regenen Regenen
Reserveren To reserve / to book
Rijden Rijden
Rood Rood
Roodharig Roodharig
Roze Roze
Ruiken ruiken
Rusten Rusten
Rustig rustig
Saai saai
Schilderen To paint
Schoonmaken To clean
Schrijven To write
September september
Slapen Slapen
Slecht slecht
Slim Slim
Sluiten to close
Smal Narrow
Snijden Snijden
Spanje Spanje
Spelen spelen
Sporten sporten
Spreken to speak
Springen Springen
Sproeien To spray; to water (with a sprinkler)
Steil Steil
Stipt Stipt
Stoppen Stoppen
Studeren To study
Tachtig Tachtig
Te voet Te voet
Tekenen To draw
Tellen Tellen
Tien Tien
Tot morgen Tot morgen
Tot straks Tot straks
Tot ziens Tot ziens
Turnen turnen
Twee Twee
Twintig Twintig
Uitgeput Uitgeput
Uitzetten To turn off
Vandaag Vandaag
Veertig Veertig
Ver Ver
Veranderen veranderen
Verdrietig verdrietig
Verhuizen To move (house)
Verkiezen verkiezen
Verkopen Verkopen
Verlegen Verlegen
Vermenigvuldigen Vermenigvuldigen
Vertrekken Vertrekken
Vier Vier
Vieren Vieren
Vies vies
Vijf Vijf
Vijf over Vijf over
Vijf voor Vijf voor
Vijftig Vijftig
Vinden Vinden
Vliegen Vliegen
Voelen voelen
Voorbereiden Voorbereiden
Vragen Vragen
Vriendelijk Vriendelijk
Vrijdag Vrijdag
Vroeg Vroeg
Waar kom je vandaan? Waar kom je vandaan?
Waar? Waar?
Waarheen? Waarheen?
Waarom? Waarom?
Wachten Wachten
Wakker worden Wakker worden
Wandelen Wandelen
Wanneer? Wanneer?
Wat? Wat?
Wegen Wegen
Werken Werken
Willen Willen
Winkelen Winkelen
Wit Wit
Woensdag Woensdag
Wonen wonen
Worden Worden
Zaaien To sow
Zacht zacht
Zaterdag Zaterdag
Zeggen to say
Zenuwachtig zenuwachtig
Zes Zes
Zestig Zestig
Zetten To put / To place
Zeven Zeven
Zeventig Zeventig
Zich aankleden Zich aankleden
Zich ontspannen Zich ontspannen
Zich scheren Zich scheren
Zich voelen zich voelen
Zich voorstellen to introduce oneself; to imagine
Zich wassen Zich wassen
Ziek Sick
Zien zien
Zijn zijn
Zingen zingen
Zitten Zitten
Zoeken Zoeken
Zoet zoet
Zondag Zondag
Zonnig Zonnig
Zorgen voor Zorgen voor
Zout zout
Zullen Zullen
Zuur zuur
Zwaar Heavy
Zwart Zwart
Zweden Zweden
Zwemmen zwemmen
Zwitserland Zwitserland
Één Één