Dienen (dienen)

Dienen (dienen)

Leer het werkwoord "dienen" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd (onvoltooid tegenwoordige tijd), aantonende wijs.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Dienen (dienen)

Huishoudelijke apparaten (Huishoudelijke apparaten)

Nederlands
(ik) dien
(jij) dient/dien
(hij/zij/het) dient
(wij) dienen
(jullie) dienen
(zij) dienen