Leer de namen van veelvoorkomende huishoudelijke en elektrische apparaten.
Dagelijkse situaties met veelvoorkomende huishoudelijke apparaten.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Mijn eerste eigen appartement
Eén maand later in het nieuwe huis belt Jochem met de klantenservice over apparaten die niet goed werken.
Grammatica: Onbepaalde voornaamworden (ieder, elk, alles, wat, wie, allemaal)
Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen naar niet-specifieke personen of zaken, zoals ieder, elk, alles, wat, wie, allemaal.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!