A1.34 - Huishoudelijke apparaten
Haal je boekLeer de namen van veelvoorkomende huishoudelijke en elektrische apparaten.
Dagelijkse situaties met veelvoorkomende huishoudelijke apparaten.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Eén maand later in het nieuwe huis belt Jochem met de klantenservice over apparaten die niet goed werken.
Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen naar niet-specifieke personen of zaken, zoals ieder, elk, alles, wat, wie, allemaal.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.