Vertrekken (vertrekken)

Vertrekken (vertrekken)

Leer het werkwoord "vertrekken" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd, aantonende wijs.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Vertrekken (vertrekken)

Hoe laat is het? De klok lezen. (Hoe laat is het? De klok lezen.)

Nederlands
(ik) vertrek
(jij/je) vertrekt/je vertrekt
(hij/zij/ze/het) vertrekt
(wij/we) vertrekken
(jullie) vertrekken
(zij/ze) vertrekken