Vraag en vertel de tijd
Lees de klok
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Weekorganisatie
Een vader en zijn dochter bespreken het weekschema en het transport voor de week.
Grammatica: Hoe zeg je de tijd?
Gebruik 'kwart over', 'kwart voor' en 'half' om de tijd te beschrijven.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!