Zaaien (zaaien) - Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs) Delen Gekopieerd!

Zaaien - Vervoeging van Zaaien in het Nederlands: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid tegenwoordige tijd van de aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs).
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)
Alle vervoegingen en tijden: Zaaien (zaaien) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Nederlandse les - Kamerplanten en tuinplanten (Kamerplanten en tuinplanten)
Vervoeging van zaaien in de onvoltooid tegenwoordige tijd
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zaai | (ik) zaai |
(jij) zaait/zaai | (jij) zaait/zaai |
(hij/zij/het) zaait | (hij/zij/het) zaait |
(wij) zaaien | (wij) zaaien |
(jullie) zaaien | (jullie) zaaien |
(zij) zaaien | (zij) zaaien |
Voorbeeldzinnen
Nederlands | Nederlands |
---|---|
Ik zaai zaad in de aarde van de tuin. | Ik zaai zaad in de aarde van de tuin. |
Zaaait jij bloemen in de tuin dit jaar? | Zaaait jij bloemen in de tuin dit jaar? |
De tuinman zaait nieuwe planten naast de boom. | De tuinman zaait nieuwe planten naast de boom. |
Wij zaaien samen zaad in de grote bloempot. | Wij zaaien samen zaad in de grote bloempot. |
Jullie zaaien altijd vroeg in het voorjaar. | Jullie zaaien altijd vroeg in het voorjaar. |
Zij zaaien verse bloemen in hun mooie tuin. | Zij zaaien verse bloemen in hun mooie tuin. |