Ontslag nemen (złożyć wypowiedzenie)

Odmiana czasownika ontslag nemen (zwolnić się) we wszystkich czasach z przykładowymi zdaniami i ćwiczeniami.

Ontslag nemen (złożyć wypowiedzenie)

Materiały dydaktyczne, które wdrażają ten czasownik:

Infinitief Voltooid deelwoord
Ontslag nemen (zwolnić się) ontslag genomen (złożony wypowiedzenie)

Czasy czasowników

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) neem ontslag
(jij/je) neemt ontslag
(hij/zij/ze/het) neemt ontslag
(wij/we) nemen ontslag
(jullie) nemen ontslag
(zij/ze) nemen ontslag

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) nam ontslag
(jij/je) nam ontslag
(hij/zij/ze/het) nam ontslag
(wij/we) namen ontslag
(jullie) namen ontslag
(zij/ze) namen ontslag

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb ontslag genomen
(jij/je) hebt ontslag genomen
(hij/zij/ze/het) heeft ontslag genomen
(wij/we) hebben ontslag genomen
(jullie) hebben ontslag genomen
(zij/ze) hebben ontslag genomen

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb ontslag genomen
(jij/je) hebt ontslag genomen
(hij/zij/ze/het) heeft ontslag genomen
(wij/we) hebben ontslag genomen
(jullie) hebben ontslag genomen
(zij/ze) hebben ontslag genomen

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal ontslag nemen
(jij/je) zult ontslag nemen
(hij/zij/ze/het) zal ontslag nemen
(wij/we) zullen ontslag nemen
(jullie) zullen ontslag nemen
(zij/ze) zullen ontslag nemen

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal ontslag hebben genomen
(jij/je) zult ontslag hebben genomen
(hij/zij/ze/het) zal ontslag hebben genomen
(wij/we) zullen ontslag hebben genomen
(jullie) zullen ontslag hebben genomen
(zij/ze) zullen ontslag hebben genomen
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou ontslag nemen
(jij/je) zou ontslag nemen
(hij/zij/ze/het) zou ontslag nemen
(wij/we) zouden ontslag nemen
(jullie) zouden ontslag nemen
(zij/ze) zouden ontslag nemen

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou ontslag genomen hebben
(jij/je) zou ontslag genomen hebben
(hij/zij/ze/het) zou ontslag genomen hebben
(wij/we) zouden ontslag genomen hebben
(jullie) zouden ontslag genomen hebben
(zij/ze) zouden ontslag genomen hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Neem ontslag!