Voorzien van (wyposażony w)
Odmiana czasownika voorzien van (wyposażyć w) we wszystkich czasach z przykładowymi zdaniami i ćwiczeniami.
Materiały dydaktyczne, które wdrażają ten czasownik:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Voorzien van
(wyposażyć w)
|
voorzien
(wyposażony)
|
Czasy czasowników
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) voorzie van |
| (jij/je) voorziet van |
| (hij/zij/ze/het) voorziet van |
| (wij/we) voorzien van |
| (jullie) voorzien van |
| (zij/ze) voorzien van |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) voorzag van |
| (jij/je) voorzag van |
| (hij/zij/ze/het) voorzag van |
| (wij/we) voorzagen van |
| (jullie) voorzagen van |
| (zij/ze) voorzagen van |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb voorzien van |
| (jij/je) hebt voorzien van |
| (hij/zij/ze/het) heeft voorzien van |
| (wij/we) hebben voorzien van |
| (jullie) hebben voorzien van |
| (zij/ze) hebben voorzien van |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) heb voorzien van |
| (jij/je) hebt voorzien van |
| (hij/zij/ze/het) heeft voorzien van |
| (wij/we) hebben voorzien van |
| (jullie) hebben voorzien van |
| (zij/ze) hebben voorzien van |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal voorzien van |
| (jij/je) zult voorzien van |
| (hij/zij/ze/het) zal voorzien van |
| (wij/we) zullen voorzien van |
| (jullie) zullen voorzien van |
| (zij/ze) zullen voorzien van |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal voorzien van |
| (jij/je) zal voorzien van |
| (hij/zij/ze/het) zal voorzien van |
| (wij/we) zullen voorzien van |
| (jullie) zullen voorzien van |
| (zij/ze) zullen voorzien van |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou voorzien van |
| (jij/je) zou voorzien van |
| (hij/zij/ze/het) zou voorzien van |
| (wij/we) zouden voorzien van |
| (jullie) zouden voorzien van |
| (zij/ze) zouden voorzien van |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou voorzien hebben van |
| (jij/je) zou voorzien hebben van |
| (hij/zij/ze/het) zou voorzien hebben van |
| (wij/we) zouden voorzien hebben van |
| (jullie) zouden voorzien hebben van |
| (zij/ze) zouden voorzien hebben van |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|