Gebruiken (utiliser)

Gebruiken (utiliser)

Apprenez à conjuguer le verbe « utiliser » en néerlandais : plus-que-parfait, mode indicatif

Voltooid verleden tijd (VVT), aantonende wijs (Passé composé, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Gebruiken (utiliser)

Dagelijkse diensten (Services quotidiens)

Néerlandais
(ik) heb gebruikt
(jij/je/u) hebt gebruikt / hebt gebruikt
(hij/zij/ze/het) heeft gebruikt
(wij/we) hebben gebruikt
(jullie) hebben gebruikt
(zij/ze) hebben gebruikt