Genieten (profiter)

Genieten (profiter)

Apprenez à conjuguer le verbe « profiter » en néerlandais : futur antérieur, mode indicatif

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk), aantonende wijs (Futur antérieur, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Genieten (profiter)

Met pensioen gaan (Être à la retraite)

(ik) zal genieten
(jij/je) zult genieten
(hij/zij/ze/het) zal genieten
(wij/we) zullen genieten
(jullie) zullen genieten
(zij/ze) zullen genieten