Horen (entendre)

Horen (entendre)

Apprenez à conjuguer le verbe « entendre » en néerlandais : temps présent continu, mode indicatif

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Présent de l'indicatif, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Horen (entendre)

Zintuigen en waarnemen (Sens et perception)

Néerlandais
(ik) hoor
(jij/je/u) hoort / hoor
(hij/zij/ze/het) hoort
(wij/we) horen
(jullie) horen
(zij/ze) horen