Solliciteren (postuler)

Solliciteren (postuler)

Apprenez à conjuguer le verbe « solliciteren » en néerlandais : temps du passé composé, mode indicatif

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Passé composé, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Solliciteren (postuler)

Op zoek naar een baan (À la recherche d'un emploi)

Néerlandais
(ik) heb gesolliciteerd
(jij/je/u) hebt gesolliciteerd / hebt gesolliciteerd
(hij/zij/ze/het) heeft gesolliciteerd
(wij/we) hebben gesolliciteerd
(jullie) hebben gesolliciteerd
(zij/ze) hebben gesolliciteerd