Sturen (envoyer)

Sturen (envoyer)

Apprenez à conjuguer le verbe « envoyer » en néerlandais : temps du passé composé, mode indicatif

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT), aantonende wijs (Passé composé, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Sturen (envoyer)

Van postkantoor naar e-mail (De la poste au courrier électronique)

Néerlandais
(ik) heb gestuurd
(jij/je) hebt gestuurd / hebt gestuurd
(hij/zij/ze/het) heeft gestuurd
(wij/we) hebben gestuurd
(jullie) hebben gestuurd
(zij/ze) hebben gestuurd