Verkopen (vendre)

Verkopen (vendre)

Apprenez à conjuguer le verbe « vendre » en néerlandais : présent continu, mode indicatif.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Présent de l'indicatif, indicatif)

Toutes les conjugaisons et les temps: Verkopen (vendre)

Prijzen en geld (Prix et argent)

Néerlandais
(ik) verkoop
(jij/je/u) verkoopt/ verkoop
(hij/zij/ze/het) verkoopt
(wij/we) verkopen
(jullie) verkopen
(zij/ze) verkopen