Abholen (ophalen)

Abholen (ophalen)

Leer het werkwoord "ophalen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, indicatief

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Abholen (ophalen)

Freitagabend (Vrijdagavond uit)

Duits
(ich) hole ab
(du) holst ab
(er/sie/es) holt ab
(wir) holen ab
(ihr) holt ab
(sie) holen ab