A1.44: Vrijdagavond uit

Freitagabend ausgehen

In deze les leer je de Duitse imperatief gebruiken om vrienden uit te nodigen en plannen voor een Freitagabend te bespreken, met handige woorden zoals "holen" (ophalen), "anrufen" (bellen) en "einladen" (uitnodigen). Je oefent dagelijkse uitdrukkingen voor samen uitgaan, zoals in het Kino, Club of die Disco.

Woordenschat (15)

 Die Einladung: De uitnodiging (Duits)

Die Einladung

Show

De uitnodiging Show

 Die Disco: de disco (Duits)

Die Disco

Show

De disco Show

 Der Partner: de partner (Duits)

Der Partner

Show

De partner Show

 Der Club: De club (Duits)

Der Club

Show

De club Show

 Der Plan: Het plan (Duits)

Der Plan

Show

Het plan Show

 Zusammen: samen (Duits)

Zusammen

Show

Samen Show

 Feiern gehen: uitgaan om te feesten (Duits)

Feiern gehen

Show

Uitgaan om te feesten Show

 Das Kino: de bioscoop (Duits)

Das Kino

Show

De bioscoop Show

 Erzählen (vertellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Erzählen

Show

Vertellen Show

 Abholen (ophalen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Abholen

Show

Ophalen Show

 Ausgehen (uitgaan) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Ausgehen

Show

Uitgaan Show

 Das Theater: het theater (Duits)

Das Theater

Show

Het theater Show

 Die Show: De show (Duits)

Die Show

Show

De show Show

 Der Tanz: De dans (Duits)

Der Tanz

Show

De dans Show

 Einladen (uitnodigen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Einladen

Show

Uitnodigen Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.

Toon antwoorden
1.
die Disco! | am Freitagabend | Gehen wir | zusammen in
Gehen wir am Freitagabend zusammen in die Disco!
(Gaan we vrijdagavond samen naar de disco!)
2.
ihn zur | Show ein! | Partner an | und lade | Ruf deinen
Ruf deinen Partner an und lade ihn zur Show ein!
(Bel je partner en nodig hem uit voor de show!)
3.
bitte um | Hol mich | ins Kino. | ab, dann | acht Uhr | gehen wir
Hol mich bitte um acht Uhr ab, dann gehen wir ins Kino.
(Haal me alsjeblieft om acht uur op, dan gaan we naar de bioscoop.)
4.
heute Abend | zum Tanzen | Kommt ihr | Club? | in den
Kommt ihr heute Abend zum Tanzen in den Club?
(Komen jullie vanavond dansen in de club?)
5.
Einladung zur | nicht ohne | Geburtstagsfeier! | Bitte kommt
Bitte kommt nicht ohne Einladung zur Geburtstagsfeier!
(Kom alsjeblieft niet zonder uitnodiging naar het verjaardagsfeest!)
6.
feiern gehen! | Erzählt mir | für Freitag, | wir zusammen | dann können | euren Plan
Erzählt mir euren Plan für Freitag, dann können wir zusammen feiern gehen!
(Vertel me jullie plan voor vrijdag, dan kunnen we samen gaan feesten!)

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Kom de vertalingen overeen

Holst du mich bitte am Freitagabend um acht ab? (Haal je me alsjeblieft vrijdagavond om acht uur op?)
Geht ihr heute zusammen in den Club? (Gaan jullie vandaag samen naar de club?)
Ruf mich an, wenn du den Plan hast. (Bel me, als je het plan hebt.)
Lade deine Freunde zum Tanzen in die Disco ein. (Nodig je vrienden uit om te dansen in de disco.)

Oefening 3: Clusteren van woorden

Instructie: Wijs de volgende woorden toe aan de twee categorieën die verschillende aspecten van vrijdagavond beschrijven.

Orte für den Freitagabend

Aktivitäten und Handlungen

Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

Der Plan


Het plan

2

Erzählen


Vertellen

3

Ausgehen


Uitgaan

4

Die Einladung


De uitnodiging

5

Das Kino


De bioscoop

Übung 5: Gespreksoefening

Anleitung:

  1. Beschrijf je avondactiviteit. (Beschrijf je avondactiviteit.)
  2. Vraag elkaar welke culturele activiteit ze prefereren. (Vraag elkaar welke culturele activiteit ze verkiezen.)
  3. Nodig iemand uit voor je evenement. (Nodig iemand uit voor je evenement.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ich gehe nächsten Freitag zu einem Konzert.

Ik ga volgende vrijdag naar een concert.

Ich liebe es, ins Kino zu gehen.

Ik ga graag naar de bioscoop.

Möchtest du mit mir zum Konzert gehen?

Wil je met me mee naar het concert?

Ich möchte heute Abend tanzen gehen.

Ik wil vanavond gaan dansen.

Hast du Lust auf Karaoke heute Abend?

Heb je zin in karaoke vanavond?

Möchtest du mit mir in der Stadt die Show sehen?

Wil je met me naar de show in de stad?

...

Oefening 6: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 7: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. ___ du deinen Partner am Freitagabend ab?

(___ u uw partner op vrijdagavond op?)

2. ___ du mich an, wenn du fertig bist?

(___ je me als je klaar bent?)

3. ___ am Freitagabend mit uns ins Kino!

(___ vrijdagavond met ons naar de bioscoop!)

4. ___ mir eure Pläne für das Wochenende!

(___ me jullie plannen voor het weekend!)

Oefening 8: Vrijdagavond

Instructie:

Am Freitagabend (Erzählen - Präsens) ich meinen Freunden von meinen Plänen. Wir (Abholen - Präsens) gemeinsam meinen Partner ab. Dann (Ausgehen - Präsens) wir ins Kino, weil wir die neue Show sehen wollen. Meine Freunde (Erzählen - Präsens) mir, dass sie auch danach in die Disco (Ausgehen - Präsens) möchten. Ich (Anrufen - Präsens) meinen Freund an und (Einladen - Präsens) ihn ein, mitzukommen. "Kommst du mit uns?" frage ich. Er sagt ja, also (Abholen - Präsens) wir ihn zusammen um 20 Uhr ab.


Op vrijdagavond vertel (Vertellen - Tegenwoordige tijd) ik mijn vrienden over mijn plannen. We halen (Ophalen - Tegenwoordige tijd) samen mijn partner op. Daarna gaan (Uitgaan - Tegenwoordige tijd) we naar de bioscoop, omdat we de nieuwe show willen zien. Mijn vrienden vertellen (Vertellen - Tegenwoordige tijd) mij dat ze daarna ook naar de disco willen gaan (Uitgaan - Tegenwoordige tijd). Ik bel (Bellen - Tegenwoordige tijd) mijn vriend en nodig (Uitnodigen - Tegenwoordige tijd) hem uit om mee te komen. "Ga je met ons mee?" vraag ik. Hij zegt ja, dus we halen (Ophalen - Tegenwoordige tijd) hem samen om 20 uur op.

Werkwoordschema's

Erzählen - Vertellen

Präsens

  • ich erzähle
  • du erzählst
  • er/sie/es erzählt
  • wir erzählen
  • ihr erzählt
  • sie/Sie erzählen

Abholen - Ophalen

Präsens

  • ich hole
  • du holst
  • er/sie/es holt
  • wir holen
  • ihr holt
  • sie/Sie holen

Ausgehen - Uitgaan

Präsens

  • ich gehe aus
  • du gehst aus
  • er/sie/es geht aus
  • wir gehen aus
  • ihr geht aus
  • sie/Sie gehen aus

Anrufen - Bellen

Präsens

  • ich rufe an
  • du rufst an
  • er/sie/es ruft an
  • wir rufen an
  • ihr ruft an
  • sie/Sie rufen an

Einladen - Uitnodigen

Präsens

  • ich lade ein
  • du lädst ein
  • er/sie/es lädt ein
  • wir laden ein
  • ihr ladet ein
  • sie/Sie laden ein

Oefening 9: Der Imperativ

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: De imperatief

Toon vertaling Toon antwoorden

Kommen, Tanz, Geh, anrufen, Erzählen, Erzähl, Erzählt, Kommt

1. Du, Gehen:
... bitte nicht allein in den Club!
(Ga alsjeblieft niet alleen naar de club!)
2. Sie, Anrufen:
... Sie bitte püntklich.
(Komt u alstublieft op tijd.)
3. Allgemein, Anrufen:
Bitte nicht einfach ....
(Bel niet zomaar.)
4. Sie, Erzählen:
... Sie bitte mehr!
(Vertel alsjeblieft meer!)
5. Du, Tanzen:
... nicht allein!
(Dans niet alleen!)
6. Du, Erzählen:
... mir alles!
(Vertel me alles!)
7. Ihr, Kommen:
... bitte pünktlich zur Veranstaltung!
(Kom alsjeblieft op tijd naar de bijeenkomst!)
8. Ihr, Erzählen:
... uns den Plan!
(Vertel ons het plan!)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Erzählen vertellen

Präsens

Duits Nederlands
(ich) erzähle ik vertel
(du) erzählst jij vertelt
(er/sie/es) erzählt hij/zij/het vertelt
(wir) erzählen wij vertellen
(ihr) erzählt jullie vertellen
(sie) erzählen zij vertellen

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Abholen ophalen

Präsens

Duits Nederlands
(ich) hole ab ik haal op
(du) holst ab jij haalt op
(er/sie/es) holt ab hij/zij/het haalt op
(wir) holen ab wij halen op
(ihr) holt ab jullie halen op
(sie) holen ab zij halen op

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Ausgehen uitgaan

Präsens

Duits Nederlands
(ich) gehe aus ik ga uit
(du) gehst aus jij gaat uit
(er/sie/es) geht aus hij/zij/het gaat uit
(wir) gehen aus wij gaan uit
(ihr) geht aus jullie gaan uit
(sie) gehen aus zij gaan uit

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Lesoverzicht: Freitag Nacht Ausgehen – De Imperativ in het Duits

Deze les richt zich op het gebruik van de Imperativ (gebiedende wijs) in het Duits binnen de context van sociale activiteiten op vrijdagavond. Het is een A1-niveau les die je helpt om uitnodigingen te doen, plannen te bespreken en beleefd om iets te vragen, zoals samen uitgaan naar de disco, het theater, of de bioscoop.

Wat leer je in deze les?

  • Het vormen en gebruiken van de Imperativ om aanwijzingen, verzoeken en uitnodigingen te uiten.
  • Belangrijke werkwoorden zoals holen (halen), rufen (bellen), einladen (uitnodigen), en gehen (gaan) in de gebiedende wijs.
  • Zinnen maken om plannen samen te bespreken en afspraken te maken, bijvoorbeeld: Hol mich bitte um acht Uhr ab! of Kommt ihr heute Abend zum Tanzen in den Club?
  • Verschillende plekken en activiteiten die je kunt gebruiken om je vrijdagavond te beschrijven, zoals das Kino (bioscoop), der Club (club), en ausgehen (uitgaan).

Belangrijke zinnen en voorbeelden

De les bevat veel voorbeelden waarbij je leert hoe je de Imperativ gebruikt in dagelijkse situaties:

  • Gehen wir am Freitagabend zusammen in die Disco!
  • Ruf deinen Partner an und lade ihn zur Show ein!
  • Bitte kommt nicht ohne Einladung zur Geburtstagsfeier!

Handige uitdrukkingen en woordenschat

  • Orte für den Freitagabend: das Kino, das Theater, der Club, die Disco
  • Aktivitäten und Handlungen: ausgehen, einladen, anrufen, feiern gehen

Grammatica: Imperativ vormen

De Imperativ komt in deze les duidelijk aan bod, met nadruk op de vormen voor du, ihr, en formele adressering. Enkele voorbeelden:

  • Hol mich bitte um acht ab!
  • Kommt ihr heute Abend zum Tanzen?
  • Ruf mich an, wenn du den Plan hast.

Verschillen en tips tussen Nederlands en Duits

In het Duits is de Imperativ vooral belangrijk om directe verzoeken en uitnodigingen uit te drukken. In het Nederlands gebruiken we hiervoor ook wel de gebiedende wijs, maar het is vaak minder formeel dan in het Duits. Bijvoorbeeld: Holst du mich bitte ab? betekent letterlijk Haal je me alsjeblieft op? terwijl het Nederlands ook een informele toon kan hebben door woorden als 'even' toe te voegen: 'Haal me even om acht uur op.' In het Duits moet de persoonsvorm precies kloppen (du, ihr, Sie).

Handige Duitse uitdrukkingen en hun Nederlandse equivalenten:

  • einladen – uitnodigen
  • anrufen – bellen/telefoneren
  • ausgehen – uitgaan
  • feiern gehen – gaan feesten / uitgaan om te feesten

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏