Abstimmen (stemmen)
Leer het werkwoord "stemmen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs.
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Abstimmen (stemmen)
Die Regierung und die Wahlen (De regering en verkiezingen)
| Duits |
|---|
| (ich) stimme ab |
| (du) stimmst ab |
| (er/sie/es) stimmt ab |
| (wir) stimmen ab |
| (ihr) stimmt ab |
| (sie) stimmen ab |