Anmachen (aanzetten) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Anmachen (aanzetten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Anmachen - Verbuiging van aanzetten in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Anmachen (aanzetten) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Haushaltsgeräte (Huishoudelijke apparaten)

Vervoeging van aanzetten in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) mache an ik zet aan
(du) machst an jij zet aan
(er/sie/es) macht an hij/zij/het zet aan
(wir) machen an wij zetten aan
(ihr) macht an jullie zetten aan
(sie) machen an zij zetten aan

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich mache den Staubsauger an. Ik zet de stofzuiger aan.
Du machst die Heizung an. Jij zet de verwarming aan.
Die Hausfrau macht den Ofen an. zij zet de oven aan
Wir machen die Mikrowelle an. Wij zetten de magnetron aan.
Ihr macht das Licht an. Jullie zetten het licht aan.
Sie machen den Herd an. zij zetten het fornuis aan