Arbeiten (werken) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Arbeiten - Verbuiging van werken in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).
Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Arbeiten (werken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Syllabus: Duitse les - Berufe und Studium (Beroepen en studies)
Vervoeging van werken in de tegenwoordige tijd
Duits | Nederlands |
---|---|
(ich) arbeite | ik werk |
(du) arbeitest | jij werkt |
(er/sie/es) arbeitet | hij/zij/het werkt |
(wir) arbeiten | wij werken |
(ihr) arbeitet | jullie werken |
(sie) arbeiten | zij werken |
Voorbeeldzinnen
Duits | Nederlands |
---|---|
Ich arbeite als Lehrer in der Schule. | Ik werk als leraar op school. |
Du arbeitest heute im Krankenhaus als Arzt. | Jij werkt vandaag in het ziekenhuis als arts. |
Er arbeitet als Ingenieur bei einer Firma. | Hij werkt als ingenieur bij een bedrijf. |
Wir arbeiten gemeinsam an einem neuen Projekt. | Wij werken samen aan een nieuw project. |
Ihr arbeitet oft als Kellner im Restaurant. | Jullie werken vaak als ober in het restaurant. |
Sie arbeiten selbstständig und lernen viel. | zij werken zelfstandig en leren veel |