Erzählen (vertellen) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Erzählen (vertellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Erzählen - Verbuiging van vertellen in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Erzählen (vertellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Freitagabend (Vrijdagavond uit)

Vervoeging van vertellen in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) erzähle ik vertel
(du) erzählst jij vertelt
(er/sie/es) erzählt hij/zij/het vertelt
(wir) erzählen wij vertellen
(ihr) erzählt jullie vertellen
(sie) erzählen zij vertellen

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich erzähle dir von der Disco heute Abend. Ik vertel je over de disco van vanavond.
Du erzählst den Plan für die Party am Freitag. Jij vertelt het plan voor het feest op vrijdag.
Er erzählt eine Geschichte über das Kino. Hij vertelt een verhaal over de bioscoop.
Wir erzählen zusammen von unserer Einladung zum Club. Wij vertellen samen over onze uitnodiging voor de club.
Ihr erzählt, wann ihr zum Tanzen ausgeht. Jullie vertellen wanneer jullie uitgaan om te dansen.
Sie erzählen, wie sie zur Show im Theater kommen. zij vertellen hoe ze naar de show in het theater komen.