Fliegen (vliegen)

Fliegen (vliegen)

Leer het werkwoord "vliegen" vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Fliegen (vliegen)

Transportmittel (Transport)

Duits
(ich) fliege
(du) fliegst
(er/sie/es) fliegt
(wir) fliegen
(ihr) fliegt
(sie) fliegen