A1.42 - Vervoer
Haal je boekBeschrijf de verschillende soorten vervoer.
Koop een vervoerbewijs.
Beschrijf het vervoer tussen plaatsen.
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig zult hebben.
Heiko komt 50 minuten te laat op het werk en legt aan zijn collega Andrea uit waarom.
Deze voorzetsels geven een beweging naar een doel aan en staan altijd met de accusatief.
Breng in de praktijk wat je hebt geleerd.