Beschrijf de verschillende soorten vervoer.
Koop een vervoerbewijs.
Beschrijf het vervoer tussen plaatsen.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Openbaar vervoer
Heiko komt 50 minuten te laat op het werk en legt aan zijn collega Andrea uit waarom.
Grammatica: Richtingsvoorzetsels met accusatief (nach, zu, in, ...)
Deze voorzetsels geven een beweging naar een doel aan en staan altijd met de accusatief.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!