Füttern (voeden)

Füttern (voeden)

Leer het werkwoord "voeden" te vervoegen in het Duits: voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Perfekt, indikativ (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Füttern (voeden)

Mach einen Ausflug aufs Land! (Bezoek het platteland)

Duits
(ich) habe gefüttert
(du) hast gefüttert
(er/sie/es) hat gefüttert
(wir) haben gefüttert
(ihr) habt gefüttert
(sie) haben gefüttert