Ontdek in deze les hoe je in het Duits over het platteland kunt praten met woorden als 'Bauerhof' (boerderij), 'Kühe' (koeien), en 'füttern' (voeden). Leer praktische gesprekken over dorpelingen, dieren en landelijke gebieden.
Woordenschat (17) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Übung 1: Gespreksoefening
Anleitung:
- Waar ben je opgegroeid? Op het platteland of in de stad? (Waar ben je opgegroeid? Op het platteland of in de stad?)
- Moest je voor dieren zorgen? Boerderijdieren of huisdieren? (Heb je voor dieren moeten zorgen? Boerderijdieren of huisdieren?)
- Wat vind je van het stierenvechten in Spanje? (Wat vind je van het stierenvechten in Spanje?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Ich bin auf dem Land aufgewachsen. Ik ben opgegroeid op het platteland. |
Meine Familie hat einen Bauernhof, daher habe ich viel geholfen, mich um die Schweine, Kühe und Hühner zu kümmern. Mijn familie heeft een boerderij, dus ik hielp veel met de verzorging van de varkens, koeien en kippen. |
Ich bin in einer kleinen Stadt aufgewachsen. Meine Familie hatte einen Hund. Ich half, ihn zu betreuen. Ik ben opgegroeid in een kleine stad. Mijn familie had een hond. Ik hielp om voor hem te zorgen. |
Ich bin in Berlin, der Hauptstadt Deutschlands, aufgewachsen. Wir hatten nur eine kleine Wohnung, daher hatten wir nie ein Haustier. Ik ben opgegroeid in Berlijn, de hoofdstad van Duitsland. We hadden maar een klein appartement, dus hadden we nooit een huisdier. |
Ich denke, dass das Stierkampf in Spanien eine wichtige Tradition ist und ich möchte einen Kampf sehen. Ik denk dat stierenvechten een belangrijke traditie in Spanje is en ik wil graag een gevecht zien. |
Der Stierkampf in Spanien ist grausam. Diese Tradition muss bald enden, um die Stiere zu schützen. Het stierenvechten in Spanje is wreed. Die traditie moet snel eindigen om de stieren te beschermen. |
... |
Oefening 2: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Ich ___ mir gerne die Landschaft auf dem Bauernhof an.
(Ik ___ kijk graag naar het landschap op de boerderij.)2. Du ___ die Kühe jeden Morgen.
(Jij ___ voert elke morgen de koeien.)3. Gestern habe ich die Ziegen auf dem Bauernhof ___ .
(Gisteren heb ik de geiten op de boerderij ___ .)4. Wir ___ uns morgen den Bauern und seine Tiere an.
(Wij ___ kijken morgen naar de boer en zijn dieren.)Oefening 4: Een dagje uit op de boerderij
Instructie:
Werkwoordschema's
Ansehen - Bekijken
Präsens
- ich sehe
- du siehst
- er/sie/es sieht
- wir sehen
- ihr seht
- sie/Sie sehen
Füttern - Voeren
Präsens
- ich füttere
- du fütterst
- er/sie/es füttert
- wir füttern
- ihr füttert
- sie/Sie füttern
Füttern - Voeren
Perfekt
- ich habe gefüttert
- du hast gefüttert
- er/sie/es hat gefüttert
- wir haben gefüttert
- ihr habt gefüttert
- sie/Sie haben gefüttert
Freuen - Kijken
Präsens
- ich freue
- du freust
- er/sie/es freut
- wir freuen
- ihr freut
- sie/Sie freuen
Reiten - Rijden
Präsens
- ich reite
- du reitest
- er/sie/es reitet
- wir reiten
- ihr reitet
- sie/Sie reiten
Werden - Worden
Präsens
- ich werde
- du wirst
- er/sie/es wird
- wir werden
- ihr werdet
- sie/Sie werden
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Duits oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Bezoek aan het platteland – Leer Duits op niveau A2
Deze les richt zich op het verbeteren van jouw communicatieve vaardigheden in het Duits, met als thema het platteland en het boerenleven. Je leert typische woorden en uitdrukkingen om gesprekken te voeren over de omgeving van een dorp, dieren op een boerderij en bekende landelijke regio's in Duitsland. De dialogen oefenen praktische tussenkomsten zoals het beschrijven van dieren en het bespreken van dagtochten.
Wat je leert in deze les
- Woorden voor dieren op het platteland: Kühe (koeien), Hühner (kippen), Ziegen (geiten), Schafe (schapen), Kaninchen (konijnen), Enten (eenden), Bienen (bijen).
- Beschrijven van de omgeving: Weiden (weiden), Bauernhöfe (boerderijen), frische Luft (verse lucht), Landschaft (landschap).
- Handelingen en werk op de boerderij: füttern (voederen), reiten (rijden), sehen (kijken/zien).
- Belangrijke werkwoordvervoegingen van modale en regelmatige werkwoorden in het tegenwoordige en voltooid deelwoord.
- Voorbeeldzinnen uit gesprekken om alledaagse interacties te oefenen.
Voorbeelden uit de les
Een paar voorbeeldzinnen die je tegenkomt zijn onder andere:
- Hallo! Schönes Wetter für einen Spaziergang im Dorf, oder?
- Hier gibt es viele Tiere, da ist ein Pferd, und dort laufen Ziegen herum.
- Ich sehe mir gerne die Landschaft auf dem Bauernhof an.
- Wir sehen uns morgen den Bauern und seine Tiere an.
Verschillen en praktische tips tussen Duits en Nederlands
Hoewel Duits en Nederlands beide Germaanse talen zijn, zijn er enkele relevantie verschillen bij het beschrijven van het platteland en het gebruik van werkwoorden. In het Duits wordt bij het voeren van dieren het werkwoord füttern gebruikt, wat in het Nederlands vertaald wordt als voederen. Let ook op het gebruik van het seperabele werkwoord ansehen (bekijken), dat in het Duits vaak wordt gescheiden ('Ich sehe mir an'), iets wat in het Nederlands niet voorkomt.
Verder profiteer je in het Duits van specifieke termen voor boerderijdieren en regio's die in het Nederlands soms net iets anders genoemd worden, bijvoorbeeld Lüneburger Heide blijft hetzelfde, maar de uitspraak is verschillend. Het is nuttig om de verbuigingen van werkwoorden als sehe, füttere, gefüttert goed te oefenen om vloeiend te kunnen spreken.
Handige uitdrukkingen en woorden
- Der Bauer – de boer
- Der Hof – het erf
- Die Weide – de weide
- Die frische Luft – de frisse lucht
- Der Ausflug – het uitstapje
- Die Landschaft – het landschap
- Ich sehe mir ... an – Ik bekijk ...
- Ich füttere die Tiere – Ik voed de dieren (voeder)
Deze les is ontworpen om jou genoeg taalvaardigheid te geven om eenvoudig over het platteland te praten, dieren te benoemen en dagtochten te plannen, passend bij niveau A2.