Kommen (komen) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Kommen (komen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Kommen - Vervoeging van kommen in het Duits: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Kommen (komen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Syllabus: Duitse les - Woher kommst du? (Waar kom je vandaan?)

Vervoeging van komen in de tegenwoordige tijd

Duits Nederlands
(ich) komme ik kom
(du) kommst jij komt
(er/sie/es) kommt hij/zij/het komt
(wir) kommen wij komen
(ihr) kommt jullie komen
(sie) kommen zij komen

Voorbeeldzinnen

Duits Nederlands
Ich komme aus Spanien und lebe in der Stadt. Ik kom uit Spanje en ik woon in de stad.
Kommst du aus England oder der Schweiz? kom jij uit Engeland of Zwitserland?
Sie kommt aus Italien und spricht Deutsch. Ze komt uit Italië en spreekt Duits.
Wir kommen aus den Niederlanden und leben hier. Wij komen uit Nederland en wonen hier.
Kommt ihr aus Mexiko oder der Türkei? Jullie komen uit Mexico of Turkije
Sie kommen aus Dänemark und wohnen in der Stadt. Zij komen uit Denemarken en wonen in de stad.