Laufen (lopen)

Laufen (lopen)

Leer het werkwoord "laufen" te vervoegen in het Duits: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Laufen (lopen)

Sport und Bewegung (Sport en beweging)

Duits
(ich) laufe
(du) läufst
(er/sie/es) läuft
(wir) laufen
(ihr) lauft
(sie) laufen